Referendum DELFT

STADSKANTOOR ja of NEE ?

 

| Nieuws | Uitgangspunten | Columns | Feiten | Links | E-mail |

 

  Klik op de betreffende link

1. Wanneer een referendum
2. Waarom geen HNK

3. Ernst & Young
3a. Integrale weergave artikel uit Binnenlands Bestuur waarin E&Y.
4. Een gemeenteraadsbesluit? (in bewerking)

5. Afstanden overbruggen? (in bewerking)
6. Hoezo (vertragings-)schade? (in bewerking)
7. Wie betaalt? (in bewerking)
8. Studentenhuisvesting (in bewerking)
9. De stad Delft (in bewerking)
10. Doe nou eens normaal, man. (in bewerking)

 

 

Achter Het Referendum 1

Wanneer een referendum?

De democratie kent veel gezichten. Er is een democratie waarin verkiezingen gehouden worden die leiden tot een volksvertegenwoordiging met een mandaat. Die afgevaardigden spreken namens het volk. Er bestaat ook een directe democratie waarin besluiten worden genomen door het volk. Een referendum is daar een voorbeeld van. De uitslag van zo'n volksraadpleging hoeft door de gemeente niet overgenomen te worden maar dat gebeurt meestal wel. De uitkomst van het referendum over de Lange Wapper, de brug over de Schelde in Antwerpen was ingrijpend maar werd door de gemeente overgenomen. Een referendum is dus geen instrument dat lichtzinnig gehanteerd wordt maar een laatste redmiddel voor de bevolking van Delft om de gemeenteraad tot de orde te roepen. Dat is gebeurd.

Daarom ook heeft de gemeente Delft een referendumverordening geschreven en de voorwaarden waaronder een referendum gehouden kan worden vastgelegd. In Delft moet je voordat je een referendum kunt aanvragen eerst zorgen dat er een initiatief raadsvoorstel komt et een concept raadsbesluit. Dus heb je een paar politici nodig die dat inbrengen in de raadsvergadering. Daarnaar kun je verwijzen in de referendumaanvraag. Dan moeten ook nog 300 geldige handtekeningen verzameld worden van Delftenaren om te laten zien dat er steun is voor het voorstel. De referendumaanvraag wordt daarna door de referendumkamer op de correctheid beoordeeld. Daarna geeft het college aan de gemeenteraad het advies om de referendumaanvraag goed te keuren. Dat is in ons geval allemaal gebeurd. Het woord was aan de gemeenteraad. Als ze het hadden toegestaan dan hadden we daarna nog 4000 handtekeningen moeten verzamelen om zeker te weten dat veel Delftenaren achter het verzoek staan; 4% van alle Delftenaren tussen 0 en 120. In verhouding twee keer zo veel als in Rotterdam of Den haag. Daar is maar 2% nodig ...

Maar toen … toen ging de gemeenteraad aan het steggelen. Ze hadden al besloten om een gemeentehuis te bouwen. Maar er was nog geen contract dus ook geen besluit. De raad wachtte liever op een ‘extern’ rapport en stelde de beslissing over een referendum een maand uit. Dan zou het besluit met spoed genomen moeten worden want de aanbesteding zat op het kritieke pad. Hoezo dan? Niet dus want de aanbesteding vindt pas in de tweede helft van 2012 plaats. Maar Ernst en Young was het met hen eens dat het niet bouwen desastreuze gevolgen heeft. Ook wij zijn het daarmee eens maar het wél bouwen heeft nog veel desastreuzere gevolgen.
Twee vergaderingen van vier uur gingen voorbij. Het is duidelijk, de gemeenteraad wil gewoon niet dat de bevolking zich over het stadskantoor uitspreekt want de raad heeft het besluit genomen. Niemand die ooit heeft uitgelegd wat desastreus is of hoeveel meer het wel bouwen kost dan het niet bouwen of wanneer de zak met geld op tafel moet komen. Crisis of geen crisis de bouw zal doorgaan. En de burgers? Die krijgen te horen: ‘De materie is te complex om aan de burgers voor te leggen…’ Dat klonk in de gemeenteraad. Delft Kennisstad! Dus wees de gemeenteraad het houden van een referendum af.

En de indieners, als speerpunt van ruim 400 handtekeningzetters, blijft niets anders over dan de gang naar de rechter om het referendum af te dwingen. En dan 4000 handtekeningen ophalen….

Wanneer kun je een referendum houden was de vraag. Als het aan de gemeenteraad van Delft ligt nooit. In die betreffende vergaderingen, maar ook in een hele hoop meer, heb ik geen enkele woordvoerder van de coalitiepartijen het woord burger of Delftenaar horen noemen.

Over democratie gesproken.

Terug naar boven
 

 

Achter Het Referendum 2

Waarom geen HNK?

Er zijn tien redenen waarom HNK niet gebouwd moet gaan worden:
1. HNK bouwen is asociaal vergeleken met de bezuinigingen.
2. HNK is veel duurder in gebruik dan de huidige gebouwen.
3. HNK bouwt voor leegstand; mensen gaan meer thuiswerken.
4. HNK heeft loketten terwijl services verschuiven naar internet.
5. HNK is een ander gebouw dan de burger heeft gekozen.
6. HNK is samen met het station en OV interessant voor aanslagen.
7. HNK is zonder integraal gebiedsplan een farce.
8. HNK is zinloos als Delft en Rijswijk één gemeente worden.
9. HNK  is alleen met openbaar vervoer bereikbaar.
10.HNK wordt niet door ons betaald maar door onze kinderen.

Natuurlijk realiseren we ons dat we rijkelijk laat zijn met het aanvragen van een referendum over het wel of niet bouwen van het stadskantoor. Maar de wereld om ons heen is veranderd en dat dwingt ons om beslissingen tegen het licht te houden. Er is een economische crisis geweest maar die lijkt zich door te zetten in een volgende crisis. Delft heeft een stadsbestuur dat vanaf 2006 geen winst maar dikke verliezen heeft geleden. Den Haag bezuinigt op alles wat los en vast zit en daar lijden gemeente-inkomsten onder. Bedrijven houden de investeringen tegen vanwege onduidelijke verwachtingen en de mensen zijn niet te bewegen om een nieuw of ander huis te kopen. Alles zit op slot en dat gaat nog wel een paar jaar duren.

De gemeente Delft heeft in de afgelopen jaren tientallen miljoenen euro’s verliezen geboekt en nu is de portemonnee leeg. Toch wil de gemeente een nieuw kantoor laten bouwen. 'Lekker makkelijk voor de Delftenaren want dan hoeven ze nog maar naar één adres om de WW op te halen, een ID kaart te bestellen en de burgemeester te spreken.' De Delftenaar: ‘Maar, beste gemeente, het geld is op!’ De gemeente: 'Tja, we hebben jaren geleden nu eenmaal besloten om alle ambtenaren in één gebouw bij elkaar te zetten en het gebouw is ontworpen. Nee, natuurlijk niet het gebouw dat jullie hebben uitgekozen, wij weten dat veel beter. We hebben met de makers van de spoortunnel afgesproken dat we samen een gebouw gaan neerzetten: station plus stadskantoor. Dan moeten we dat ook maar doen.' De bevolking kwaad: 'Wij moeten € 35 miljoen bezuinigen en met onze kids vanuit Tanthof naar de binnenstad om een boek te lenen, en jullie kopen een groot, nieuw, luxe huis voor jullie zelf.' De gemeente: ‘ja joh, we moeten wel want anders gaan we failliet. Dus we kunnen beter € 85 miljoen uitgeven die onze kinderen straks wel terug betalen dan nu € 30-40 miljoen schade oplopen die we meteen moeten moeten ophoesten.’ Conflict.

Maar wat willen alle Delftenaren samen? Wel of geen groot, luxe, glazen paleis van € 85 miljoen? Daar kom je alleen maar achter door het de Delftenaren zelf te vragen en dat heet dan een referendum. De gemeente heeft daar spelregels voor gemaakt en de referendumkamer, de scheidsrechter dus, bepaalt of het geldig is, en het doelpunt telt. Ons doelpunt, oftewel de aanvraag voor een referendum, was geldig. Het college is het daarmee eens en adviseerde de raad om dan maar een referendum te houden. En wat deed de raad? Die zegt dat het een geldig doelpunt was maar keurt het toch af. 'Want' zeggen ze: 'als we het referendum door laten gaan en de Delftenaren zeggen dat we niet moeten bouwen dan kost ons dat een heleboel, wel € 30-40 miljoen. En als we wel bouwen dan kost ons dat niet meer dan € 85 miljoen. Dus is het beter om wel te bouwen. Dan betalen onze kinderen de hypotheek maar af. En dan hebben wij een mooi speelpaleis.

Hoe vaak kom ik trouwens in het stadskantoor om mijn rijbewijs te vernieuwen en dat gelijk aan de burgemeester te laten zien?

Maar het ging niet eens om geld. Het ging er om dat je een gemeente met 100.000 inwoners niet zomaar zwaar kunt belasten en bezuinigen voor kunt leggen terwijl je als gemeentebestuurders zelf alle ambtenaren in een duurzaam, glazen, nieuw, centraal gelegen, paleis neer gaat zetten. Ook aan de koningin wordt gevraagd om mee te bezuinigen en dat levert geen probleem op. Als we het de gemeentebestuurders van Delft vragen dan is het opeens een  probleem om in eigen vlees te snijden. Onacceptabel.

Inmiddels zijn ook de bouwplannen sterk gewijzigd en is het afwachten hoeveel gebouwd wordt en waar. We lijken af te stevenen op een ‘leeg plein’ met in the middle of nowhere een stadskantoor. Waar hebben we dat eerder gezien? Brasilia in aanbouw misschien? Moet je nu eens naar de acceptatie van de gebruikers gaan vragen.  

Terug naar boven
 

 

Achter Het Referendum 3

Verificatierapport Ernst en Young adviseurs - 20 september 2011

Ik schreef een paar notities op direct na de presentatie van Ernst en Young betreffende het niet bouwen van HNK. Ik wil ze jullie in deze site niet onthouden.
Tegelijk wil ik voorop stellen dat we het rapport geaccepteerd hebben als de basis voor de daaraan volgende discussies. Dat betekent niet dat we alle conclusies van raadsfracties eveneens onderschrijven. 

1.            Niet bouwen was niet het uitgangspunt van de indieners van het referendum. Wij stellen dat het nu niet het geschikte moment is voor het bouwen van HNK. De raad insinueert verder. Het Ernst en Young rapport onderzocht alleen de optie niet bouwen HNK.

2.            De presentatie van E&Y volgde drie lijnen. De eerste was de juridische lijn. Daarin werd geconcludeerd dat Delft juridisch verantwoordelijk is voor het bouwen van HNK. De analyse van de contracten geven aanleiding tot de aanname dat HNK gebouwd zou gaan worden en zal gaan worden, stelde E&Y.
In die redenering mis ik twee punten. 1) de juridische conclusie is niet doorgesproken met de juristen van de gemeente Delft en de juristen van de eventuele claimanten. Vinden de juristen van die participanten ook een aanleiding tot het indienen van claims? Antwoorden op vragen uit de raad gaven aan de statements een boterzacht karakter. 2) Ik heb de discussie gemist over een eventueel veiligheidsprobleem. In steden als Den haag staan nieuwe futuristische gebouwen waarin een belangrijk deel van het ambtenarenapparaat is ondergebracht. Delft gaat dat optimaliseren; alle gemeentelijke organisaties in HNK. Maar wat zijn de consequenties? Een ramp (alles tussen een simpele grondverzakking tot aan een terroristische aanslag als nine-eleven) leidt tot het lamleggen van de infrastructuur, breuk in de verbinding van de grote steden in de Randstad en het lamleggen van het hele bestuur en beleid van de gemeente Delft. Is dat concept verstandig? Is de consequentie dat Delft daarmee in de Top 10 van terroristische doelen in Nederland terecht komt? Was het niet logisch dat E&Y hierbij een kanttekening had geplaatst?
Het juridische aspect werd door E&Y tamelijk oppervlakkig gepresenteerd en verdedigd.

3.            De vertraging die veroorzaakt wordt door het niet bouwen  werd door E&Y gepresenteerd; 12-18 maanden. De eerste 3 maanden zijn in een projectanalyse gegeven. Daarnaast zijn politieke besluitvorming en juridische procedures genoemd; 4 maanden. Hierin is sprake van mislukte aanbiedingen en/of uitloop van vergunningen en uitloop van werkzaamheden. Daar bovenop komt de vertraging in de BUOK, die volledige toegekend worden aan de overlegorganen die de gevolgen van het niet bouwen van HNK moeten bepalen en goedkeuren. Die vertragingen ontstaan niet als al in een vroeg stadium (bijvoorbeeld al tijdens de organisatie van het referendum) over die gevolgen wordt overlegd en besloten. Kortom; de vertraging kan bij een grote inspanning beperkt blijven tot om en nabij 3 maanden. Of E&Y contact had met de andere deelnemers in het project dan de gemeente? Nogmaals we accepteren echter het rapport van E&Y als leidraad in de discussies.
Die laatste vertragingen zijn beredeneerbaar samen met een risicoanalyse maar zijn niet specifiek van toepassing op het niet bouwen van HNK. Ze gelden evenzo als risico voor de huidige bouwwerkzaamheden en moeten daarom ook daar worden toegerekend.

4.            Het kostenaspect is in het rapport van E&Y beschreven. De bedragen in een eerder rapport van de gemeente werden bevestigd. Vertragingskosten worden uitgedrukt in een vast bedrag per maand (€ 3.- tot € 4.-) in plaats van totaalbedragen. Het rapport had in aansluiting met de totaalbedragen voor Sunk cost (€ 7 miljoen) en separeerkosten (€ 5 miljoen) een bedrag voor vertraging kunnen noemen. Ernst en Young koos voor separate behandeling van de vertragingstijd en de kosten per maand. E&Y koos uiteindelijk voor een bandbreedte in de totale schade tussen € 31 en € 47 miljoen. Die aanname onderschrijft de mening van het college en de coalitie in Delft.

Blijkbaar gaat E&Y uit van een vertraging in tijd tussen 6 en 12 maanden (resp. €31 en €47 minus €12 voor sunk cost en separeer gedeeld door €3 mln./mnd.).  Mijn conclusie is dat het niet bouwen van HNK voor de gemeente Delft een probleem creëert voor de financiering. Toch bestaat er zelfs in de opgave van E&Y een schril contrast met de totale kosten van het project tussen € 85 en € 100 miljoen en daarbij opgeteld de jaarlijkse meerkosten in exploitatie van HNK van € 2 miljoen per jaar. Ik laat het geroep van de gemeenteraad achter me dat Delft failliet verklaart als we niet bouwen en financieel gezond als we wel bouwen. Dat mag iemand me uitleggen.

Laten we het financiële plaatje voor wat het is. Het is en blijft onverantwoord om enerzijds een kantoor te bouwen van goud en anderzijds de burgers te laten inleveren op bibliotheken en buurthuizen. Dat is moreel onverantwoord en leidt tot een gigantische kloof in de Delftse samenleving.

Mijn visie blijft daarom staan op niet bouwen.

Terug naar boven 

 

Achter Het Referendum 3a

Kopie van een artikel in Binnenlands Bestuur van 21 januari 2011 over de rol van de gemeente accountant waarin Ernst en Young specifiek is vermeld.

http://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-milieu/achtergrond/achtergrond/de-glazen-bol-van-de-accountant.660442.lynkx

De glazen bol van de accountant

Gemeenten lijden enorme verliezen op hun grondexploitatie. De opbrengst pakt door de stagnerende bouw miljarden euro’s lager uit. Hadden accountants hiervoor moeten waarschuwen, zodat gemeenten deze verrassing bespaard werd?

‘Vanuit hun controlerende rol konden accountants ook voor de crisis al signaleren dat bij de meeste gemeenten geen scenario’s voorhanden waren voor echt zwaar weer in de grondexploitatie. En dus ook geen uitgewerkt plan voor het geval dat zo’n zwart scenario zich daadwerkelijk zou voltrekken.’ Aan het woord is Peter Verheij (SGP), wethouder Financiën in Alblasserdam. ‘Hadden accountants daar toen al de vinger opgelegd, dan zouden ze nu niet gezegd hebben dat het nog wel eens extra kon tegenvallen’, stelt hij.

 

‘Hooguit dat we in een slechter scenario konden belanden dan verwacht. Maar daarvoor hadden gemeenten dan al wel oplossingen in de kast liggen.’ Voordat Verheij afgelopen jaar wethouder werd, werkte hij als accountant bij Deloitte en het ministerie van Financiën. Verheij vindt weliswaar dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het grondexploitatieprobleem, maar ook dat accountants zich er te gemakkelijk vanaf maken.

 

Deloitte onderzocht in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het toenmalige ministerie van VROM de grondexploitaties van gemeenten en concludeerde in november dat er nog een flinke strop boven de markt hangt van minimaal 2,5 miljard tot maximaal 4,5 miljard euro. ‘Als nu tegenvallers uit de gemeenteboeken tuimelen, die in de miljarden lopen, dan wijst dat erop dat gemeenten ook voor de crisis al niet in control waren’, vindt Verheij. Anders hadden ze immers het meest sombere scenario, het niet doorgaan van projecten, doorgerekend en plannen gemaakt om dit scenario financieel af te dekken.

 

En juist daar ligt een taak voor de accountant, meent Verheij. ‘Ik vind dat accountants veel meer moeten controleren of gemeenten bij het doorrekenen van verschillende scenario’s, hun risico’s wel goed in beeld hebben. Ik weet dat accountants daartoe wettelijk niet verplicht zijn, maar het behoort wel tot hun ‘natuurlijke’ rol. Nu kijken ze vooral of de cijfertjes op de goede plek staan en of het allemaal rechtmatig is wat er in jaarrekeningen staat. En als er kritiek komt, zoals vorig jaar van de AFM, dan beloven ze het beter te doen. Maar ze vragen zich onvoldoende af of ze wel de juiste dingen doen.’

 

Terwijl de buitenwereld die vraag volgens Verheij wel stelt. ‘Zowel op individueel gemeentelijk niveau als op macroniveau. De beroepsgroep accountants heeft ook met de Tweede Kamer om de tafel gezeten. Uit dat gesprek bleek dat er een kloof bestaat tussen wat accountants leveren en wat Kamerleden van ze verwachten. Zeker wat betreft proactief opereren. Je zou wensen dat de accountancysector dergelijke signalen oppikt en de vraag zou agenderen of de accountantscontrole een andere invulling behoeft, zodat gemeenten beter bestand zijn tegen slecht weer. Maar dat gebeurt niet. Ze verschuilen zich achter regels.’

 

Adviesfunctie  

Arie Elsenaar van Deloitte vindt dat Verheij de accountant zowel onderschat als overvraagt. ‘Naast onze controlerende taak hebben wij inderdaad een natuurlijke adviesfunctie. Om die reden zeggen wij niet zelden tegen onze klanten: als je denkt dat je grondexploitatie een probleem kan worden, reken dan een aantal scenario’s door. Ga niet afwachten tot zich een noodsituatie voordoet, maar weet wat je moet doen om het onheil af te wenden. Ik ken gemeenten die dat ook doen en de raad daarover informeren. Maar dat de accountant alle scenario’s zou moeten toetsen, dat gaat mij te ver.’

 

De gemeente maakt zelf keuzes, vindt Elsenaar. ‘Die keuzes krijgen hun financiële vertaling in de jaarrekening. En die toetsen we, vaak met inschakeling van onze real estatespecialisten. Je zou kunnen zeggen dat we dus één scenario controleren, namelijk het scenario dat de gemeente feitelijk heeft gekozen. Als daar fouten in zitten, dan zeggen we dat natuurlijk. Maar dat gebeurt wel allemaal met de kennis van dat moment. Het jaar daarop kan alles weer anders zijn.’

 

Hij vindt niet dat de accountant daarnaast het ‘zwartste scenario’ moet vragen en doorrekenen. ‘Hoever moet je dan gaan? We hebben het nu over grondexploitaties, maar in de Wet werk en bijstand kun je ook een zwart scenario bedenken. Of stel dat de lokale vraag naar zorg extreem toeneemt, wat betekent dat dan voor de financiële uitvoerbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning? Een gemeente heeft enorm veel taken en een accountant zou dan bij al die taken het zwartste scenario moeten toetsen.’

 

De accountant betwijfelt of gemeenten blij worden van het schrijven van al die scenario’s. ‘We willen het best doen, maar het behoort niet tot de opdracht van de accountant. In het geval van grondexploitaties bijvoorbeeld kunnen we van alles doorrekenen, maar dat is dan een aanvullende dienst, waarbij we ook onze real estate-specialisten betrekken. Deze dienst zit niet in de prijs die we afgeven voor de accountantscontrole, al reserveren we ook daarin vaak een bedrag voor het beantwoorden van specifieke vragen vanuit de gemeenteraad.’

 

Bij Ernst & Young denken ze er niet anders over. ‘Het is niet de taak van de controlerend accountant om te voorkomen dat tegenvallers zich voordoen’, zegt accountant Reinier Gosselink. ‘Wij controleren of de waardering van grondexploitaties juist in de boeken staat. Dat doen we op basis van een inschatting met een bepaalde bandbreedte. Zowel voor een gemeente als voor een accountant is het heel moeilijk aan te geven wat die waardering precies moet zijn. We zitten nu in een economische dip, maar misschien trekt de markt over een paar jaar aan, waardoor de waardeverdamping waarvoor Deloitte nu waarschuwt, zich minder sterk voordoet. De gemeente en de accountant zijn geen van beide helderziend.’

 

Wel is hij naast controleur ook adviseur, beaamt ook Gosselink. ‘Een gemeente hoeft ons advies niet op te volgen. De accountant kan signalen afgeven, maar wat college en raad daarmee doen, bepalen ze uiteindelijk zelf.’

 

Regelgeving  

Een specifieke en gedetailleerde blik op de grondexploitaties is ook bij Ernst & Young het domein van vastgoedspecialisten en niet van accountants. De vraag naar advies is sinds de crisis flink toegenomen, weet Hubert Franke, vastgoedspecialist bij Ernst & Young. ‘Juist omdat gemeenten aanvoelen dat er nog tegenvallers boven de markt hangen, schakelen ze ons in.’ Hij vindt de schatting van Deloitte reëel. ‘Gemeenten hebben na het uitbreken van de crisis te lang gedacht dat de gronduitgifteprijs wel op peil zou blijven en dat alleen de planning vertraging zou oplopen.

 

Daardoor zijn in 2008 en 2009 prijsdalingen niet of onvoldoende ingecalculeerd in de jaarrekeningen.’ Franke verwacht dat de gemeentelijke jaarrekeningen over 2010 een ander beeld zullen laten zien: ‘De accountants kijken scherper naar de grondexploitaties en de scenario’s waarop de waarderingen zijn gebaseerd. Dat neemt niet weg dat een accountant voornamelijk achteraf toetst. En hij is geen vastgoeddeskundige. Niemand kon destijds bevroeden dat de kredietcrisis zulke zware consequenties zou hebben voor gemeentelijke grond exploitaties.’

 

Verheij is niet onder de indruk van de tegenwerpingen. ‘Accountants willen als consultant gemeenten wel helpen. Als je zo’n extra dienst bestelt, krijg je opeens wél specialisten over de vloer die precies kunnen zeggen wat er allemaal schort aan je uitgangspunten en wat er moet gebeuren om de risico’s tot aanvaardbare proporties terug te brengen. Die expertise is dus binnen het accountantsbureau aanwezig. Wat ze vanuit hun adviesrol doen, kunnen ze ook doen vanuit hun toezichtsrol.

 

Nu komt een consultant van een accountantsbureau met een geheel andere blik bij de gemeente binnen dan zijn collega die de jaarrekening controleert. Dat vind ik een onwenselijke spagaat.’ Verheij pleit ervoor om in de regelgeving een aantal rapportageonderwerpen te benoemen waarop de accountant als accountant en niet als consultant verplicht rapporteert.

 

‘Dan voorkom je de minimalistische invulling waarvoor accountants nu veelal kiezen, terwijl ze het werk dat er voor gemeenten echt toe doet als aanvulling aanbieden. Juist door een specifiek onderwerp als grondexploitatie tot vast onderdeel te maken van de accountantsrapportage zorg je ervoor dat de accountant meer wordt dan degene die zijn goedkeuring geeft aan de jaarrekening. De accountant versterkt dan het inhoudelijke debat, en dat is precies wat we nodig hebben.’

 

Provinciaal toezicht
Waar accountants achteraf controleren via de jaarrekening, kijken provincies vooraf naar begrotingen. Wethouder Peter Verheij ziet de accountant ook als ‘vooruitgeschoven post’ van de provincie. ‘De accountant heeft de deskundigheid en de provincie kan daar gebruik van maken.’ Verheij heeft zijn twijfels of dat overal goed gebeurt. ‘Ik vind dat de provinciale toezichthouder accountantsrapportages zou moeten lezen, om zo een beter oordeel te vormen over de vraag of een gemeente financieel goed bezig is. Mijn beeld is dat dit lang niet overal gebeurt.’

 

Volgens Verheij is de ene provincie heel makkelijk in het goedkeuren van begrotingen en jaarrekeningen, terwijl de ander strikt en streng is. ‘Ik heb een keer meegemaakt dat we een jaarrekening hadden met een verlies van 2 miljoen euro. We namen ons voor om bij de volgende begroting daarvoor de dekking in te vullen. Maar nog voordat we dat hadden gedaan, kregen wij van de provincie een brief waarin stond dat ze akkoord ging met het door ons opgestelde dekkingsplan. Dan vraag ik me echt af of de toezichthouder wel wakker is.’

Terug naar boven 

 

Achter Het Referendum 4

Een gemeenteraadsbesluit?

Over de interne overtuiging van het eigen gelijk.

Terug naar boven 

 

Achter Het Referendum 5

Afstanden overbruggen?

Over de afstand tussen burgers en bestuurders en de desinteresse daarvoor bij de bestuurders. 

Terug naar boven

 

Achter Het Referendum 6

Hoezo (vertragings)schade?

Over de verwachting van schadeclaims. 

Terug naar boven

 

Achter Het Referendum 7

Wie betaalt?

Over wie de rekening krijgt gepresenteerd. Wij of de kinderen? 

Terug naar boven

 

Achter Het Referendum 8

Studentenhuisvesting?

Over de invulling van de lege ruimte en het gebrek aan huisvesting. 

Terug naar boven

 

Achter Het Referendum 9

De Stad Delft.

Over economie, toerisme en een (over het paard getild) dorp.  

Terug naar boven

 

Achter Het Referendum 10

Doe nou eens normaal, man

Over Terug naar de basis, de metropool, technopolis en Den Haag/Rotterdam.

Terug naar boven